Gepost op

Een gelopen ansichtkaart, of liever gaaf?

Een witbander, een kaart van voor 1906. De voorkant bevat een persoonlijk bericht, de achterzijde is alleen voor het adres.

In een vorige bericht ging ik in op de waarde van een ansichtkaart. Hier vertel ik nu meer over, met onder meer iets over gelopen of niet gelopen kaarten, en de tijd dat men berichten alleen op de voorkant van een ansichtkaart mocht schrijven.

Een gelopen ansichtkaart

Voor de meeste liefhebbers is het belangrijk dat de kaart ‘gelopen’ is, hoewel ‘niet gelopen’ kaarten bijna net zoveel waard kunnen zijn. Gelopen betekent dat de oude ansichtkaart verstuurd is. Als er nog een postzegel met stempel (of meerdere), aanwezig is, is de kaart voor een groot deel van de verzamelaars nog interessanter. Indien de kaart geen enkele beschadiging heeft, en dat komt natuurlijk bij een verstuurde kaart weinig voor, heeft deze een hogere waarde. Beschadigingen zoals een scheurtje, een vlek, albumafdrukken in de hoekjes, knikjes en dergelijke zorgen ervoor dat er minder belangstelling voor een kaart kan zijn.

Schrijven op de voorzijde

De achterkant van de ansichtkaart hierboven.

Voor 1906 mocht op de achterkant van prentbriefkaarten alleen maar het adres worden geschreven en moest een eventuele boodschap op de voorzijde worden geplaatst op een witte rand onderaan de kaart en soms links of rechts naast de afbeelding. Het is dus gemakkelijk een kaart van voor 1906 te herkennen; in verzamelaarskringen spreekt men dan over een ‘witbander’. Vanaf 1906 mocht er op de voorkant niets meer worden vermeld en kwamen de adressering en een eventuele boodschap op de achterkant te staan. Het kan heel boeiend zijn de geschreven teksten op gelopen ansichtkaarten te lezen. Lief en leed staan erop vermeld en soms schreef de afzender volgens afspraak een minuscuul boodschapje en plakte daar een postzegel overheen; alleen de geadresseerde mocht weten wat daar stond; uiteraard betrof het meestal liefdesverklaringen.

Zeldzaam en niet gelopen?

Niet gelopen ansichtkaarten zijn dus niet verzonden en meestal in nieuwstaat, hoewel ook deze kaarten feilen kunnen hebben. Van niet gelopen ansichtkaarten zijn meestal meer exemplaren in omloop. Het is bekend dat van zeer zeldzame ansichten, de zogenaamde ‘topkaarten’, vervalsingen worden gemaakt, dus koop deze niet bij een onbekende aanbieder. Het is uiteraard eenvoudiger een niet gelopen ansichtkaart te vervalsen dan een gelopen exemplaar, dus let goed op!

Een gave, niet gelopen ansichtkaart, een foto van de Neeltje Jacoba, een reddingsboot

Gevonden voorraad

Het komt overigens ook voor dat er een zogenaamde stock of voorraad ontdekt wordt. Dit is een voorraad ansichtkaarten van een uitgever of winkelier, die na het beëindigen van zijn bedrijf bewaard is gebleven en decennia later wordt teruggevonden. Uiteraard betekent dat de waarde van deze ansichtkaarten niet hoog is en dat eerder gekochte kaarten sterk in prijs zullen dalen.

Bent u specifiek op zoek naar gelopen of niet gelopen oude ansichtkaarten in de webshop van House of Cards? Vul dan de zoektermen in ‘gelopen’, ‘niet gelopen’ of ‘gaaf’ in het zoekveld links op onze pagina. Dit valt niet onder een thema.

Gepost op

De paardentram op de kaart – over thema’s

Het station in Schoonhoven met de stoomtrein naar Gouda

Als verzamelaar verzamel je wat je aanspreekt. Dat betekent dat niet alleen ansichtkaarten van stads- en dorpsgezichten populair zijn, er zijn ook genoeg verzamelaars die een bepaald motief of thema verzamelen. Je kunt het zo gek niet bedenken of er zijn wel verzamelaars voor een bepaald onderwerp: ansichtkaarten met molens, treinen, stations, militair, hondenkarren, auto’s, filmsterren, gemeentehuizen, schepen, schaatsen, trams, begraafplaatsen, postkantoren, zuivelfabrieken; de lijst is oneindig. Zo heb ik op mijn website al 115 thema’s aangemaakt en elke week komen er wel weer een paar bij. Op bovenstaande ansichtkaart is het station van Schoonhoven te zien en als u goed kijkt, ontdekt u ook de net aangekomen stoomtram uit Gouda.

Een melkverkoopster, een visboer en een hondenkar

De waarde van een oude ansichtkaart wordt mede bepaald door de aanwezigheid van een of meerdere thema’s. Een voorbeeld: een kaart van de Graaf Florisweg in Gouda kost ongeveer 8 euro. Staat er echter de paardentram op die vroeger van Bodegraven naar Gouda reed, dan is de kaart 35 euro waard. De eerste kaart staat alleen in de belangstelling van verzamelaars van Goudse stadsgezichten, maar de tweede is ook interessant voor verzamelaars van trams, paardentrams en paarden in het hele land, dit beïnvloedt uiteraard de prijs. Of wat te denken van een kaart waarop een station, stoomtrein, tram, postkoets, molen en een hondenkar te zien zijn! Deze kan de interesse wekken van veel verschillende verzamelaars, waardoor de kaart meer gezocht is en dus duurder wordt.

Gepost op

Hoeveel is een oude ansichtkaart waard?

Gompers HC112
Een gekleurde ansichtkaart van de Zeugstraat in Gouda – Gompers

De waarde van ansichtkaarten hangt af van vele factoren, maar het is een misvatting te denken ‘hoe ouder de kaart is, hoe meer geld de kaart waard is’. De reden hiervoor: vanaf 1900 nam het versturen en verzamelen van ansichtkaarten een grote vlucht. Plaatselijke winkeliers en landelijke uitgevers sprongen hierop in en foto’s van stads- en dorpsgezichten werden in grote aantallen gedrukt en verkocht.

Waardevolle zijstraatjes

Als voorbeeld neem ik mijn woonplaats Gouda. Niet alleen de bekende plekjes, zoals de Markt, het stadhuis, de Waag, de St. Janskerk of de Hollandsche IJssel werden op de gevoelige plaat gezet, maar van bijna alle straten en steegjes van de stad werd een ansichtkaart gemaakt. Het resultaat is dat er een compleet tijdsbeeld van de situatie rond 1900 ontstond. De oplages van de ansichtkaarten waren verschillend, want er werden uiteraard meer ansichtkaarten van het stadhuis verkocht en verstuurd dan van een zijstraatje van de Markt, zoals de Groenendaal. Omdat er veel van deze kaarten bewaard zijn gebleven, is de waarde van deze kaarten niet zo groot. Zo heb ik in mijn eigen verzameling twee albums vol met kaarten van de Markt en het stadhuis en maar drie ansichtkaarten van bovengenoemd zijstraatje.

In eigen beheer

Uit 1905, de Naaierstraat in Gouda

Langzamerhand nam de verzamelrage af en werden er steeds minder ansichtkaarten verkocht. Uitgevers gingen zich beperken tot het uitgeven van kaarten met foto’s van de toeristisch meest interessante plekjes. Soms werden, door een winkelier van de wijk waarin hij woonde, kleine oplages van ansichtkaarten in eigen beheer uitgegeven. Het is te begrijpen dat deze waardevoller zijn voor een verzamelaar en dus ook aanmerkelijk duurder. Overigens ging men zich beperken tot het zwart-wit afdrukken van de ansichtkaarten. Het komt dus voor dat een album met zwart-witansichtkaarten uit de periode 1930-1960 vele malen interessanter is, dan een prachtig oud album met ansichtkaarten van rond de vorige eeuwwisseling.

Er zijn nog meerdere factoren die de waarde van een kaart bepalen, hierover een volgende keer meer!

Gepost op

De geschiedenis van de ansichtkaart

Een ansicht uit Gouda van de Crabethstraat met Hondenkar en Tramrails

De eerste ansichtkaarten of prentbriefkaarten, zoals wij die nu kennen, verschijnen vanaf 1897. Fotografie bestaat dan al ruim 60 jaar en tot dan zijn er de zogenaamde kabinetsfoto’s gemaakt: bruine foto’s met een kartonnen passe-partout met daarop de naam van de fotograaf. Deze foto’s zijn echter niet bedoeld en geschikt om te versturen.

De oplossing is een kaart van het formaat 9 x 13 cm, bestaande uit een aantal aan elkaar vastgeplakte laagjes papier, met op de voorkant een afbeelding en ruimte om een boodschap te schrijven en op de achterzijde plaats om de kaart te adresseren.

Verzamelen wordt een rage

Aan het begin van de twintigste eeuw wordt het versturen en verzamelen van ansichtkaarten een ware rage. Landelijke uitgevers, zoals Vivat en Boon, beide uit Amsterdam, en Bakker uit Koog-Zaandijk sturen fotografen het hele land door om bezienswaardigheden op de gevoelige plaat vast te leggen.

Ook plaatselijke winkeliers zien brood in de verkoop van ansichtkaarten. Een voorbeeld hiervan is de Joodse winkelier B. Gompers uit Gouda die rond 1902 een (onbekende) fotograaf alle straten, stegen en grachten laat fotograferen en een serie ansichtkaarten van ruim vijfhonderd ansichtkaarten uitbrengt. Aangezien toeristen dan nog een zeldzaamheid zijn, worden de meeste ansichtkaarten aan de plaatselijke bevolking verkocht en aan verzamelaars die ansichtkaarten naar familie en vrienden in het land versturen in de hoop daarvoor andere exemplaren terug te krijgen.

Verzamelalbums

De kaarten worden niet opgeplakt, maar in eenvoudige of prachtig uitgevoerde insteekalbums bewaard, zodat de kaarten niet beschadigd worden. Het nadeel van het insteken van de kaarten in deze albums is dat op de hoekjes van de kaarten de zogenaamde albumvouwtjes ontstaan, die de  eventuele waarde kunnen verminderen.

Vaak denken verzamelaars dat de waarde van de kaart afhangt van de ouderdom, maar dat is zeker niet waar. Hierover een volgende keer.

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Gepost op

Hoe mijn ansichtkaartenverzameling begon

 

Boekje ‘Gouda rond de eeuwwisseling’

De schoenmakerij in Gouda

Mijn vader, Driekus den Edel, was in de periode 1935 -1979 schoenmaker op de Nieuwe Markt in Gouda en als kleine jongen was ik veel te vinden in zijn zaak. Deze was geopend van ’s morgens 8.00 tot ’s nachts 12.00 uur en altijd waren er wel buurtbewoners, kennissen en vrienden die overdag een praatje kwamen maken en ’s avonds een, door mijn vader van medicinale alcohol en een flesje tinctuur van de drogist, zelfgemaakt borreltje kwamen drinken.

Bijzondere figuren

Er kwam allerlei slag volk; zoals ome Gerard, die vanwege het verlies van zijn vrouw aan de drank was geraakt, en enkele malen per week zijn roes lag uit te slapen in het gangetje naar de wc dat achterin de zaak achter een deur verborgen was. Hij verkocht steeds weer iets aan mijn vader, omdat hij geld nodig had. Later kocht hij het dan weer terug. Maarten den Riet, de bochelaar uit de Lem Dulsteeg, die met een accordeon de deuren langsging en maar een liedje erop kon spelen. Ome Henk, de kleermaker uit de Eerste Kade, ome Siem Snel, de kapper op de Nieuwe Markt, die regelmatig even naar het café twee huizen verderop een glaasje jenever naar binnen werkte en daarna weer vrolijk doorknipte. Hij had het geluk dat zijn vrouw geen reuk had en er totaal niets van wist dat haar man zo graag een glaasje dronk.

Een boekje

De vele nieuwtjes, maar ook de verhalen van vroeger boeiden mij zeer. In de schoenmakerij lag in een kast een doosje met oude ansichtkaarten van Gouda en een boekje “Gouda rond de eeuwwisseling” waar mijn vader regelmatig in keek en dat wekte mijn belangstelling voor de geschiedenis van mijn stad en het doosje en het boekje werden de start van mijn verzameling.